Kijk eens naar de scrum-methode

Herken je de volgende situatie: bij het opstarten van een bepaald project maakt je team een volledige planning. Maar na een paar weken blijkt bijvoorbeeld dat de deadlines irreëel zijn of dat de kosten te hoog worden. Om deze pijnlijke situaties tegen te gaan, voeren bedrijven steeds vaker ‘scrummen’ in als projectaanpak. Op de traditionele manier zou je alles van te voren inplannen. Scrummen daarentegen is een flexibelere aanpak. Het team werkt daarbij samen – dus niet op aparte eilanden – in korte cycli of sprints. Het doel van zo’n sprint is om in korte, maar krachtige delen het project af te werken. Na elke sprint volgt een evaluatie waardoor je team korter op de bal kan spelen als er problemen optreden. Met scrummen zul je dus minder snel struikelen voor de eindstreep van het project. 

De term ‘scrummen’ is overgewaaid vanuit de IT-sector. Daar scrummen productontwikkelaars al enkele jaren in overleg met hun klanten. Dat bleek hoognodig. Klanten krijgen immers al te vaak alleen het eindproduct te zien en dat stemt niet altijd overeen met de verwachtingen. Zo komt het bijvoorbeeld voor dat bepaalde toepassingen van een website ontbreken of dat de lay-out niet voldoet aan de wensen. Om te voorkomen dat de IT’ers het project opnieuw van nul moeten starten, tonen ze regelmatig de kleine vorderingen die ze met hun sprints hebben gemaakt. Hierdoor kan de klant sneller feedback geven en dat komt het eindresultaat ten goede. Door het systeem van de sprints komt aanzienlijk meer werk klaar in een kortere tijdspanne. Bovendien ontstaat er een open sfeer in het team omdat iedere medewerker regelmatig rond de evaluatietafel zit. Scrummen is dus een prima manier om complexe projecten op een productieve en flexibele manier aan te pakken.

 

Hoe gaat dit nu praktisch in zijn werk, dat scrummen? Doorloop even de volgende vijf stappen:

 

1      Benoem je project en bepaal de eerste sprint.

2      Stel een deadline op voor je eerste sprint.

3      Breng concreet in kaart wat je in die sprint moet doen.

4      Minimaliseer tijdens het sprinten de afleidingen, zoals smartphones en internet.

5      Evalueer na elke sprint de planning, het budget en eventuele problemen.